Op zo’n twee kilometer afstand van Nablus, een Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever, kom je de ruïnes tegen van de voormalige stad Sichem (of op z’n Hebreeuws Shechem). Deze voormalige stad lag aan het oosteinde van de pas tussen de Ebal en de Gerizzim en was één van de belangrijke steden in Kanaän. De Egyptenaren maakten reeds in 19e en in de 14e eeuw voor Chr. melding van het bestaan van Sichem. Van ca. 1750 tot 1550 v. Chr. was het voor de Hyksos een belangrijke nederzetting. Uiteindelijk werd de stad vernietigd tijdens de Tweede Joodse Opstand (die duurde van 116-117 n. Chr.).
Abraham en Sichem
Voor aartsvader
Abraham was Sichem de eerste stad die hij aandeed toen hij in het land Kanaän arriveerde, zo valt te lezen in Genesis 12:6. In de verzen daarna lezen we dat de Here aan hem verscheen en hem beloofde dat Hij het land aan Abrahams nakomelingen zou geven. Abraham richtte er vervolgens een altaar op voor God.
Jacob en Sichem
Jaren later, toen Abrahams kleinzoon Jacob uit Paddan-Aram terugkeerde naar het land Kanaan, deed hij, net als Abraham, eerst Sichem aan (Genesis 33:18). De zoon van de koning van Sichem werd verliefd op de Jacobs dochter, Dina, waarna hij haar onteerde. Dat was een grote schande. Toen Dina’s broers Levi en Simeon daarvan hoorden, besloten ze wraak te nemen. Zij maakten de koning van Sichem wijs dat hun vader Jacob wilde instemmen met een huwelijk tussen Dina en de zoon van de koning. De voorwaarde die Jacob daarbij stelde, zo vertelden Levi en Simeon aan de koning, was dat eerst alle mannen van Sichem zich moesten laten besnijden. De koning stemde daarmee in. Vlak nadat alle mannen waren besneden en daarvan herstelden, sloegen Levi en Simeon genadeloos toe. Zij maakten alle mannelijke bewoners van de stad af (Genesis 34).
Bekend is ook dat Jacob in Sichem zijn familie opdracht gaf zich te ontdoen van alle mogelijke afgodsbeelden en zich te reinigen (Genesis 35). Pas daarna trok men verder naar Beth-El om daar een altaar voor God te bouwen.
Jozef en Sichem
Jacobs zoon Jozef zocht in de omgeving van Sichem naar zijn broers die daar de schapen van hun vader weidden. Toen hij hen daar niet vond, vertelde een man hem dat zijn broers naar Dothan waren vertrokken. Daar vond hij hen uiteindelijk, waarna zijn broers hem eerst in een put wierpen en vervolgens verkochten aan Midianietische kooplieden (oftewel: Ismaëlieten). De kooplieden namen hem mee naar Egypte, waar hij verkocht werd als slaaf (Genesis 35:4 e.v.). Jozef overleed in Egypte. Jaren later, toen het volk Israël uit Egypte vertrok, werden zijn beenderen meegenomen en herbegraven in Sichem (Jozus 24:32)
Nog enkele ‘Sichemse wapenfeiten’:
- In Jozua 20 lezen we dat Sichem één van de 6 vrijsteden werd voor de doodslagers. Naar deze steden konden mensen die per ongeluk iemand anders doodden vluchten om zo aan eerwraak te ontkomen.
- In Jozua 24 liet Jozua de 12 stammen in Sichem bijeenkomen om het verbond tussen God en het volk Israël te vernieuwen.
- Abimelek werd in Sichem geboren (Richteren 8:31) en brandde de stad plat (ichRichteren 9:41).
- Sichem werd de eerste hoofdstad van het Tienstammenrijk (1 Koningen 12:25).
- Rond 724 v. Chr. werd Sichem verwoest door de Assyriërs
- Na de Babylonische ballingschap vormde Sichem het centrum van de Samaritanen
- Op zoek naar een ander onderwerp over Israël? Ga dan naar de overzichtspagina Israël ABC